Maak kennis met: Peter Kwint (SP)

Iedere derde dinsdag van de maand verschijnt er een nieuwe Maak Kennis met de Kamer, waarin we je kennis laten maken met een Kamerlid. Met deze maand: Peter Kwint (33). Hij is Kamerlid, kickbokser, Feyenoorder in hart en nieren en fan van herriemuziek. 

Hoe kwam je er ooit op dat je Kamerlid wilde worden?
“Dat was niet echt mijn plan. Ik zat toen al in Amsterdam in de gemeenteraad en ik had het daar naar mijn zin. Ik was er gewoon nog niet klaar. Dus ik stond eigenlijk niet te springen om daar weg te gaan. Maar toen ik werd gebeld met de vraag of ik op de lijst wilde, voelde het zo verwend om ‘nee’ te zeggen. Het is natuurlijk een eer om in de Kamer te zitten. Toch zou ik nooit ‘nooit’ zeggen over een terugkeer naar de raad van Amsterdam.”

Ik stond eigenlijk niet te springen om weg te gaan uit Amsterdam.

Hoe ben je überhaupt in de politiek terecht gekomen?
“Ik werd al heel jong lid van de SP, toen ik pas zestien was. In die periode werkte ik in de gehandicaptenzorg en daar zag ik dat een man met een beperking niet naar Feyenoord kon. Als echte Feyenoordfan vond ik dat vreemd. Zoiets kan niet. Uiteindelijk ben ik toen bij de SP terecht gekomen omdat het een hele praktische partij is. Voor mij betekent politiek vooral zelf de mouwen opstropen en niet met elkaar overleggen in verwarmde zaaltjes met een bak koffie.”

“Voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 werd ik opeens door de SP gebeld voor een plek op de lijst in Amsterdam. Blijkbaar kenden ze me goed. Misschien wijk ik wat af van de rest. Ik heb een grote mond, ben direct, draag geen nette jasjes en heb tattoo’s. Ik val wel snel op maar dat is wel lastig om van jezelf te zeggen.”

Wat is het grootste doel wat je uiteindelijk wil bereiken als Kamerlid?
“Als Kamerlid hou ik me bezig met onderwijs, dus ik zou iets willen veranderen aan de positie van leraren. Ik zou erg blij zijn als ik iets voor hen kan doen. Ook is er nog veel ongelijkheid als leerlingen na school een baan zoeken. Het zou voor MBO’ers eigenlijk makkelijker moeten zijn om aan een baan te komen. Dat is nu nog niet altijd zo. Daar wil ik ook wat aan doen.”

 Het zou voor MBO’ers makkelijker moeten zijn om aan een baan te komen.

Wie is je grootste inspiratiebron?
“Ik heb niet echt iemand van wie ik alles heb geleerd. Emile Roemer bewonder ik wel omdat er geen verschil was tussen hem voor en achter de camera. Ik kijk ook wel op naar Jan Marijnissen. Hij was iemand die stevig in zijn schoenen stond en op een begrijpelijke manier problemen aankaartte.”

Wat staat er op jouw bureau?
“Tja, die moet ik nog opruimen. Het is er echt een enorme bende. Wat je er nu al wel kan vinden is een overlijdenskaart van Eberhard van der Laan. In Amsterdam heb ik veel met hem samengewerkt. Ik heb eigenlijk nog geen tijd gehad om mijn bureau wat persoonlijker te maken.”

Oud-burgemeester van Amsterdam Eberhard van der Laan
| Foto: Patrick Ravensbergen/Wikiportret

Wat is het hoogtepunt van je werkdag?
“Ik ben best praktisch, dus ik vind werkbezoeken altijd leuk. Dan kan ik ook van anderen leren, zoals van leraren. Bij debatten zet ik me ook altijd erg in, maar het lukt me nog niet elke week om een meerderheid achter al mijn voorstellen te krijgen. Daar moet ik nog wel aan werken, want dat is wel waar je het voor doet.”

Wie is je leukste collega?
“Dan wil je zeker dat ik iemand van een andere partij noem? Dan kies ik voor Esther Ouwehand. Ik ken haar nog uit de tijd dat ik persvoorlichter van de SP was. We delen dezelfde smaak voor herriemuziek, gaan samen naar concerten en praten over onze favoriete muziek in de pauzes. Aan het eind van het jaar luister ik ook liever naar Spotify dan de Top 2000. Daar draaien ze vooral de grote hits die je het hele jaar al hoort.”

Aan het eind van het jaar luister ik liever naar Spotify dan de Top 2000.

Waar maak je tijd voor vrij aan het einde van een lange dag in de Kamer?
“Dan maak ik tijd vrij om mijn vrouw af en toe te zien. Je bent niet voor niets getrouwd. Ook doe ik in mijn vrije tijd aan kickboksen, in mijn geval trappen en slaan op een matig niveau. Je moet je hoofd leeg maken aan het einde van een dag in Den Haag. Kickboksen motiveert je om op te blijven letten. Voor je het weet, krijg je een dreun.”

Wat voor leven is er na het Kamerlidmaatschap?
“Ik vind het leuk om te schrijven en te praten. Graag zou ik nog voor de klas staan. Dat deed ik al bijna, maar toen werd ik gevraagd om Kamerlid te worden. Het zou kunnen dat ik later een boek ga schrijven, maar dan niet met zo’n gefrustreerd verhaal zoals je dat de laatste tijd wel meer ziet. Of ik schrijf een journalistiek artikel, over de politiek. Al zou ik schrijver worden, dan kan ik nog voor de klas gaan staan. Dat is goed te combineren.”

Uitgelichte foto: Bas Stoffelsen/SP

Check dit ook

Start typing and press Enter to search